Lilakleurige, alleenstaande bloemhoofdjes (Ø tot 50 mm) met franjebloemen en stroharen. Omwindsel breed eirond met zeer veel, smalle, stekelige blaadjes.
Stengel rechtop, vaak kandelaarachtig vertakt, stekelig gevleugeld, tot 2 m hoog.
Bladeren smal lancetvormig, bochtig gelobd tot veerdelig, met stekelig getande rand.
De hele plant is wit spinnenwebachtig behaard.
Groeit op kalkrijke, voedselrijke bodem. Algemeen. Ook aangeplant in tuinen. Bloeitijd juni - september.
Wordt ook 'Ezelsdistel' genoemd.
Fam.: Asteracerae (Compositae).
Wetenswaardigheden
De plant is rijk aan inuline, een zoetstof, die energie levert, maar de bloedsuikerspiegel niet verhoogt. Uit de zaadjes van de Wegdistel wordt distelolie geperst. In het verleden werd de distel ook wel gegeten en als medicinale plant aangewend.

Tekst |
Fotografie |
Pictogrammen |
Website |
| José Langens | José Langens | Mark Wijnmaalen | Lisette Langens |
| Mark Wijnmaalen | Edwin Steenwinkel | ||
| Lisette Langens | |||
| Jac Smout | |||
| Ger Bogaers |