Tot 20 m hoge boom met kegelvormige kroon en gladde tot ondiepgevoorde kroon.
Takken vrijwel horizontaal met slanke, hangende twijgen. Knoppen lichtbruin.
Bladeren diep ingesneden met smalle, onregelmatig stekelig getande lobben en opvallende haarbundeltjes in de oksels van de nerven aan de onderzijde. In herfst kleuren de bladeren fel oranjerood.
Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. In Europa aangeplant als sierboom.
Vergelijk: Amerikaanse eik.
Fam.: Fagaceae (Beukenfamilie)

Tekst |
Fotografie |
Pictogrammen |
Website |
| José Langens | José Langens | Mark Wijnmaalen | Lisette Langens |
| Mark Wijnmaalen | Edwin Steenwinkel | ||
| Lisette Langens | |||
| Jac Smout | |||
| Ger Bogaers |