Onregelmatig, zadelvormig gelobde of gekroesde, donkergrijze tot bruinzwarte hoed (Ø 2-5), waarvan de rand gedeeltelijk met de steel vergroeid is.
Sporee wit.
Steel lichter dan de hoed, met duidelijke overlangse groeven of plooien.
Vlees broos, ruikt bij jonge exemplaren aangenaam kruidig.
Groeit in loof- en gemengde bossen, op bermen en op grasland (mei - oktober). Algemeen.
Bij verbleking kan de Zwarte kluifzwam ook op de Witte kluifzwam lijken. Bij die soort is de rand van de hoed niet met de steel vergroeid.
Fam.: Helvellaceae
![]() |
| Breedte (cm): 2-5 |
| Hoogte (cm): 2-10 |

Tekst |
Fotografie |
Pictogrammen |
Website |
| José Langens | José Langens | Mark Wijnmaalen | Lisette Langens |
| Mark Wijnmaalen | Edwin Steenwinkel | ||
| Lisette Langens | |||
| Jac Smout | |||
| Ger Bogaers |