Licht tot donkerbruin, omgekeerd peervormig vruchtlichaam (Ø 2-5 cm), bezet met naar elkaar toe gebogen stekels en met bruine korrels. Na het afvallen van de stekels blijft een hoekig patroon zichtbaar.
Inwendig eerst wit, later olijfgroen tot bruin. Sporee olijfbruin.
Groeit op zure, vooral zandige, bodem in loof- en naaldbossen (augustus - oktober). Algemeen.
Geur onaangenaam. Jonge exemplaren zijn eetbaar zolang het inwendige nog wit is.
Fam.: Agaricaceae.
(Foto's: Fred Vermaat en © Marij)
![]() |
| Breedte (cm): 2-5 |
| Hoogte (cm): 2-9 |

Tekst |
Fotografie |
Pictogrammen |
Website |
| José Langens | José Langens | Mark Wijnmaalen | Lisette Langens |
| Mark Wijnmaalen | Edwin Steenwinkel | ||
| Lisette Langens | |||
| Jac Smout | |||
| Ger Bogaers |