Klein, gewelfd tot uitgespreid, donkerbruin, glanzend hoedje (Ø 5-20 mm) met enigszins kleverig oppervlak en radiair gestreept, soms met velumresten aan de rand.
Lamellen vrij ver uiteen, breed aangehecht tot ietwat aflopend, beigebruin tot vlekkerig zwartbruin. Sporee paarszwart.
Steel, enigszins vezelig, zonder ring, gekleurd als de hoed, later donkerder.
Groeit op zure, zandige, schrale bodem tussen lage mossen (kan het hele jaar door gevonden worden, maar vooral in de winter). Algemeen.
Fam.: Stropariaceae.
|
Breedte (cm): 0,5-2 |
Hoogte (cm): 1-3 |

Tekst |
Fotografie |
Pictogrammen |
Website |
| José Langens | José Langens | Mark Wijnmaalen | Lisette Langens |
| Mark Wijnmaalen | Edwin Steenwinkel | ||
| Lisette Langens | |||
| Jac Smout | |||
| Ger Bogaers |