Wittig, later wat geler wordend, consolevormig, wat golvend hoedje (ca. 2 cm breed), met glad of fijnvezelig oppervlak en scherpe rand.
Aan de onderzijde kort op het substraat groeiend (korstvormig). Poriën wittig of wat gelig of oranjeachtig gezoneerd, klein en wat langwerpig hoekig. Sporee wit.
Vlees dun en taai. Ruikt zwak zurig.
Groeit vaak dakpansgewijs boven elkaar op dood hout van loofbomen (juni - oktober). Algemeen.
Fam.; Phanerochaetaceae.
|
Breedte (cm): 1-3 |
Hoogte (mm): 1-3 |

Tekst |
Fotografie |
Pictogrammen |
Website |
| José Langens | José Langens | Mark Wijnmaalen | Lisette Langens |
| Mark Wijnmaalen | Edwin Steenwinkel | ||
| Lisette Langens | |||
| Jac Smout | |||
| Ger Bogaers |