Waaiervormig, nogal plat, ivoorwit vruchtlichaam (tot 15 cm breed). Oppervlak wat bultig, en lokaal wat oranjebruinig.
Poriën aan de onderzijde fijn, regelmatig. Sporee wit.
Vlees stevig. Geur zurig, smaakt wat bitter.
Jonge exemplaren zijn vaak bedekt met druppeltjes (guttatiedruppels).
Groeit op dood naaldhout, meestal op stronken van de Douglasspar op zandgronden (juli - november). Zeldzaam.
Fam.: Fomitopsidaceae
| Breedte (cm): 3-15 |
| Hoogte (cm): 1-3 |

Tekst |
Fotografie |
Pictogrammen |
Website |
| José Langens | José Langens | Mark Wijnmaalen | Lisette Langens |
| Mark Wijnmaalen | Edwin Steenwinkel | ||
| Lisette Langens | |||
| Jac Smout | |||
| Ger Bogaers |