Halfbolvormige tot uitgespreide, wittig-beige tot bleek okerkleurige hoed (2-7 cm), met donderder centrum en rafelige witte rand.
Lamellen crème-wit, zeer dicht opeen, vrij. Sporee: wit.
Steel glad, wittig, soms met enigszins verdikte basis, met hangende, vliezige, vergankelijke ring. Bovenaan wittig, onder wat schubbig.
Vlees wittig, in de steel wat bruinig, zacht, ruikt niet of zwak maar aangenaam.
Groeit in de grijze duinen, bij gras en mos. In de zeereep vrij algemeen, daarbuiten zeldzaam.
Fam.: Agaricaceae
Breedte (cm): 2-7 |
Hoogte (cm): 5-7 |

Tekst |
Fotografie |
Pictogrammen |
Website |
| José Langens | José Langens | Mark Wijnmaalen | Lisette Langens |
| Mark Wijnmaalen | Edwin Steenwinkel | ||
| Lisette Langens | |||
| Jac Smout | |||
| Ger Bogaers |