Helder oranje tot bruinoranje, gewelfde tot uitgespreide hoed (Ø 1-5 cm), met vettig of glanzend, glad oppervlak, aan de rand meesta wat bleker van kleur.
Lamellen vrij ver uiteen, met tussenplaatjes, buikig, aangehecht, crèmewit. Sporee crèmewit.
Steel oranje tot donkerbruin of zwart naar beneden toe, met fijn fluwelig oppervlak.
Vlees gelig, in de steelbasis wat donderder. Ruikt aangenaam kruidig.
Groeit in dichte bundels, op dode stronken van loofbomen, op stikstofrijke bodem (november - februari). Zeer algemeen.
Fam.: Physalacriaceae.
Het Fluweelpootje is eetbaar. Gebruik alleen de hoed.

Tekst |
Fotografie |
Pictogrammen |
Website |
| José Langens | José Langens | Mark Wijnmaalen | Lisette Langens |
| Mark Wijnmaalen | Edwin Steenwinkel | ||
| Lisette Langens | |||
| Jac Smout | |||
| Ger Bogaers |